In België zeggen we graag dat het kraanwater “perfect drinkbaar” is.
Dat is waar — op papier.
Maar “drinkbaar” betekent niet “gezond”. Noch “puur”.
Het water voldoet aan wettelijke drempels, niet aan gezondheidsdrempels.
Wat de wet toelaat, vergeet het lichaam niet.
Elke dag doorkruisen honderden micropolluenten de filters van de zuiveringsstations :
PFAS, pesticidenresten, hormonen, microplastics, zware metalen.
Alles in “wettelijk aanvaardbare” hoeveelheden.
Lage doses, maar voortdurend.
Het is de chronische blootstelling — diegene die de officiële cijfers niet meten — die de schade aanricht.
De analyses zijn openbaar, maar onleesbaar.
Men spreekt in microgrammen, in statistische gemiddelden, nooit in cumulatieve effecten.
Men meet niet de interacties tussen moleculen,
men meet niet de plastic deeltjes,
men meet niet de chemische vermoeidheid van het menselijk lichaam.
Het water dat uit de kraan stroomt, heeft al
velden,
rioleringen,
verontreinigde grondwaterlagen,
kilometers oude leidingen, soms van lood.
Ze is schoongemaakt, ja — maar niet gezuiverd.
En toch blijft men zeggen : “ze is goed”.
Omdat ze aan de norm voldoet.
Niet omdat ze onze gezondheid respecteert.